In het verkeer kennen we twee typen kruisingen: voorrangskruisingen en gelijkwaardige kruisingen. De voorrangsregels zijn niet op elke kruising gelijk.


Als u dit bord ziet, rijdt u op een voorrangsweg. U heeft dan bij elke kruising voorrang op de andere weggebruikers. Als u dit bord ziet heeft u alleen bij het eerstvolgende kruispunt voorrang. Bij dit bord nadert u een voorrangsweg. U moet dan voorrang verlenen. Dit wordt extra duidelijk gemaakt door haaientanden op de weg.

Voorrang bij kruispunten
De meeste kruisingen zonder verkeerslichten zijn gelijkwaardige kruisingen. Nadert u zo’n kruising, dan moet u voorrang verlenen aan ál het verkeer dat van rechts komt. Dus ook aan fietsers.

Uitzonderingen

Een uitzondering op deze regel vormt de kruising van een verharde en een onverharde weg. Hier heeft de weggebruiker op de verharde weg voorrang. Verkeer dat uit een uitrit komt, moet alle andere weggebruikers voorrang geven. U moet altijd voorrang geven aan politieauto’s, brandweerauto’s en ambulances die het zwaailicht en de sirene aan hebben. Op gelijkwaardige wegen gaan trams voor andere weggebruikers.